Wereldwijd opvoeden: Kiasu, oftewel de angst om te verliezen in Singapore!

Karien van Ditzhuijzen

Het werd trots aangekondigd in de Singaporese kranten: Singapore is het beste land van de wereld voor kinderen om in op te groeien, volgens het End of Childhood report van NGO ‘Save the Children’ dit jaar.

Samen met Slovenië scoorde Singapore het hoogste uit 175 landen, op indicatoren als kindersterfte, kinderarbeid, kind-huwelijken, conflictsituaties en hoeveel kinderen naar school gaan. Nederland staat ook hoog – op een gedeelde zesde plaats op de lijst. De conclusie van het rapport was dat weinig kinderen in Singapore ‘hun kindertijd hoeven te missen.’

Dit is allemaal waar. Singapore is veilig, heeft uitstekend onderwijs en goede medische zorg. Ouders zijn begaan met hun kinderen en doen er alles aan ze een goede toekomst te garanderen. Toch valt er vanuit Nederlands perspectief op die kindertijd in Singapore nog wel wat af te dingen.

Druk, druk, druk

De eerste keer dat ik van een vriendin hoor hoe het schema van haar negenjarige dochter eruit ziet, schrik ik me een hoedje. Na school, huiswerk, tutoring en naschoolse activiteiten is er geen minuutje tijd voor vrij spelen. De tieners van een collega van mijn man hebben het nog zwaarder; ze zijn vaak tot tien uur ’s avonds bezig met school. Ook op zaterdag.

Kinderen in Singapore hebben alles wat hun hartje begeert, maar worden beschermd opgevoed, met weinig persoonlijke vrijheid. Ouders werken vaak beiden buiten de deur, waardoor een groot deel van de opvoeding op de rug van de full-time inwonende helper terechtkomt. Deze is nanny, werkster en kokkin ineen dus thuis helpen met afwassen of je kamer opruimen hoeft zelden – het kind heeft daar ook helemaal geen tijd voor. De opvoeding is streng, canen (kinderen disciplineren met rieten stok) is toegestaan en alhoewel geen van mijn vriendinnen het doet, schijnt het nog regelmatig te gebeuren. Ook op scholen is caning door leraren toegestaan, alhoewel het met mate wordt toegepast en alleen bij jongens.

Meritocratie

Singapore profileert zichzelf graag als meritocratie; de 75% bevolkingsmeerderheid van etnisch Chinese afkomst heeft de toon gezet met een sterk arbeidsethos. Niet lang na de geboorte zal een Singaporees kind kennismaken met een hier invloedrijk fenomeen: kiasu-isme. Kiasu is een woord afkomstig uit het Hokkien, een Zuid-Chinees dialect dat veel gesproken werd door migranten naar Zuidoost Azië. Het betekent ‘angst te verliezen’ en geeft goed weer waar mensen in deze regio bang voor zijn: gezichtsverlies omdat een ander het beter heeft dan jij. Het resultaat is een over-competitieve samenleving, waar ouders bang zijn buiten de gebaande paden te lopen.

Dus al jong – heel jong, voor de formele school begint – moeten veel kinderen al op bijles. Mijn eerste indruk toen mijn vriendin vertelde over de tutor van haar dochter was ‘ach gossie’ – in Nederland is bijles immers voor kinderen die op school niet meekomen. Maar hier is het voor iedereen – juist ook slimme – kinderen. Want aan het einde van de lagere school komt het moment der waarheid: het gevreesde PSLE examen.

Wie riskeert er nou de toekomst van hun kind?

Onze CITO toets is niets vergeleken met de PSLE. Kinderen worden jarenlang bijgespijkerd om zo hoog mogelijk te scoren. Ouders slapen niet van de stress als de datum naderbij komt. Immers, de PSLE score bepaald welke middelbare school je heen mag. En je middelbare school examens bepalen niet alleen aan welke universiteit je je mag inschrijven, ook studies worden toegewezen op basis van cijfers. Voor populaire studies als rechten en medicijnen heb je hoge scores nodig. De andere optie: studeren in het buitenland, is alleen voor de echt rijken weggelegd, of diegenen die een beurs weten te winnen.

De meeste van mijn Singaporese vriendinnen balen van deze ratrace en zouden graag hun kinderen wat meer tijd gunnen voor spelen. Maar welke ouder riskeert de toekomst van haar kind? Dus doen ze braaf mee –iedereen doet het dus kunnen ze niet achterblijven.

Expats op de Internationale school

Wat merken wij ‘expats’ van dit alles? Heel weinig. In het overgeorganiseerde Singapore is het op onze tijdelijke verblijfvergunning zo goed als onmogelijk onze kinderen op een lokale school te krijgen. En de overheid staat niet toe dat Singaporese kinderen naar een internationale school gaan – uitzonderingen worden alleen gemaakt voor terugkerende expats en kinderen met een dubbele nationaliteit. Het resultaat is dat mijn kinderen vrienden hebben van over de hele wereld, maar amper uit Singapore. Erg jammer, want daardoor zijn ze niet echt onderdeel van de Singaporese samenleving, ook al wonen we hier al zes jaar en kunnen ze zich niet anders herinneren. Op school staan mijn kinderen trots in Oranje kostuum op Diversity Day – mijn in Engeland geboren en in Singapore getogen kinderen zijn Hollandser dan ik.

Onze school volgt het internationale IB curriculum en heeft een onderwijs filosofie die zo ver van de Singaporese af staat als het maar kan. Met open klaslokalen, bean bags, veel aandacht voor natuur, cultuur en sport en zelden toetsen, doet onze school mij eerder denken aan een Montessori of Vrije School. Wat leerlingen in de eerste plaats wordt bijgebracht op deze school is een levenslange liefde voor leren – belangijker in hun (en mijn) ogen dan hoge cijfers.

Maar toch is het schema van mijn eigen kinderen nog veel te vol. Laat ik me beïnvloeden door de maatschappij waarin we leven of is dit een wereldwijd probleem? Zwemtraining, voetbal, tennis, turnen, Nederlandse les, muziek, en toch nog wel wat huiswerk. Bijna elke middag is er wel wat. Ik vind het lastig nee te zeggen, want ze doen het graag en alle vriendjes doen het ook. Ook ik bezwijk onder druk van de massa.

Spelen gevaarlijk?

Singaporese kinderen hebben van jongs af aan dus weinig tijd voor vrij spelen. Nu is buiten spelen toch al iets wat weinig gebeurd – buiten is te heet en te vies. Volgens Singaporese ouders dan – Singapore is de schoonste stad die ik ooit heb gezien en die hitte went wel. Kinderen hier ontspannen liever in de air-conditioning, achter een scherm, of in de veilige omgeving van een binnenspeeltuin. Andere ouders kijken mij bevreemd aan als ik mijn kinderen in de tuin in de modder laat spelen. In modder zitten gevaarlijke bacteriën! En die jungle runs die wij doen? Gevaarlijk! Slangen! Met de auto Maleisië in met kleine kinderen? Je wordt vast beroofd…

LEES HIER MEER OVER DE SLANGEN IN KARIEN HAAR TUIN

Een Singaporees neemt niet graag risico’s en voegt zich naar de groep. Onze Nederlandse instelling, die erg gericht is op logica en de vrijheid van het individu botst dan ook vaak met de Singaporese regels. Gelukkig heb ik na zes jaar geleerd tussen de regels te lezen. Azië kent veel nuance voor wie het kan en wil zien. En met de moderne internet generatie komt ook het individualisme steeds sterker op.

Modernisatie: meer aandacht voor creativiteit en individuele ontwikkeling

Het tij lijkt inmiddels dan ook wat te keren. Singapore is de groenste stad van de wereld met prachtige parken en er komt steeds meer aandacht voor de natuur: parken worden ingericht met adventure playgrounds, nature trails en de overheid start campagnes om kinderen meer naar buiten en actief te krijgen.

Er gaan ook steeds meer stemmen op dat het schoolsysteem moet worden gemoderniseerd. Academisch gezien scoort het dan wel torenhoog wereldwijd, veelgehoorde kritiek is dat studenten die afgeleverd worden niet zo succesvol zijn in nieuwe, innovatieve bedrijven als die van minder hoog scorende universiteiten in het westen. Ingezonden brieven in de krant vragen meer aandacht voor creativiteit en individuele ontwikkeling.

Expatland

Terwijl Singapore zich blijft ontwikkelen zitten wij expats keurig in de comfortabele bubbel van onze internationale scholen. De ‘expat-wereld’ is een land op zich, met eigen gebruiken, vrienden en opvoeding. Een rijke wereld, vol met verschillende culturen, waar mensen van elkaar kunnen en willen leren. Maar wel een wereld die niet altijd onderdeel is van het land waarin men zich bevindt. Dat blijft raar, soms ongemakkelijk.

Singapore is prachtig en we voelen ons hier thuis. Maar als Nederlanders in het buitenland willen we enerzijds onszelf blijven en tegelijkertijd aarden in dit land waar we leven. En dat is soms tegenstrijdig. Wat moet ik mijn kinderen meegeven?

Ik merk dat de waarheid – als altijd – in het midden ligt. Kom ik in Nederland dan erger ik me aan de, in mijn Aziatische ogen, lawaaiige en slecht opgevoede kinderen.

Kinderen die hun ouders en leraren tegenspreken en lak hebben aan regels en beleefdheid. Maar aan de andere kant zijn dat wel weer kinderen die geleerd hebben dat je mening mag geven en die het lef hebben op avontuur te gaan en nieuwe dingen op te pakken. In het ideale geval krijgen mijn kinderen beiden mee: beleefdheid en manieren zowel als lef en creativiteit.

Eén ding weet ik zeker, mijn kinderen die opgroeien in die ‘expatwereld’ tussen Singapore en Nederland in, worden in ieder geval ruimdenkende mensen. Mensen die weten dat er meerdere manieren zijn om tot een oplossing te komen en dat verschillende invalshoeken je blik verruimen, niet bedreigen. Dat is al heel wat!

HOE VOEDEN ANDEREN HUN KINDEREN OP IN HET BUITENLAND? HIER KUN JE DAT LEZEN.

Selamat pagi, ik ben Karien, geboren en getogen expat. Ik ben schrijfster, en mijn laatste roman "The Black and White House" speelt zich af in ons koloniale huis in Singapore. Voor de Wereldwijven schrijf ik over Zuid Oost Azië, met name Maleisië, Singapore en Indonesië - drie landen waar ik niet alleen heb gewoond, maar ook mijn hart aan heb verpand.