Lang leve de piepers en plakrijst

Ik was een jaar of zeven toen mijn oom vroeg: wat eet je liever, rijst of aardappelen? Het was zo’n middag waarop we met onze familie samen waren rond een enorme eettafel vol met pannen, schaaltjes, en een grote roze emmer met verse kroepoek. Een echte Indische rijsttafel.

Het was een gewetensvraag. Indo’s zijn trots op hun keuken. Maar ik vond aardappelen eigenlijk ook lekker, het liefst met mijn moeders vette jus waar zo’n velletje op dreef. Alles wat er bij kwam, het stuk vlees en de snotterige andijvie of andere over-gare groenten, vond ik maar niks in vergelijking tot de smaaksensaties die we de andere dagen voorgeschoteld kregen. Tot overmaat van ramp, prakte mijn moeder vaak ook nog eens alles door elkaar. De smakelijke aardappelen verdwenen in een klodder ketchup of appelmoes-uit-pot. 

Indische keuken versus Hollandse pot

Het contrast was groot met de keuken van mijn vaders familie. Elk familielid had zijn eigen specialiteit waarvoor hij of zij door mijn oma in de keuken werd geroepen om het te bereiden. De één maakte de beste lemper, de ander zijn smoor djawa was niet te evenaren. En mijn Hollandse moeder bleek een talent te hebben voor soto soep. Alles, inclusief de soep, komt met heerlijk witte rijst, nasi putih. Van die glanzende korrels die knus tegen elkaar aan plakken en je makkelijk kunt oplepelen. 

En toch kon ik de vraag wat ik lekkerder vond niet beantwoorden. Witte rijst kan namelijk ook helemaal niet lekker zijn. Daar kwam ik achter als ik bij vriendinnetjes at of wanneer mijn Hollandse oma een poging deed iets “Aziatisch” voor ons te koken. Toverrijst noemde ze het, maar alle magie ontbrak. Het was droog en grauw, en je at het zelfs met een vork! Hoe anders waren haar romige  piepers. Ze waren nooit te groot of te klein, te zacht of te hard en glommen zelfs een beetje. Dit was een lekkernij op zich, zelfs jus was overbodig. Het geheim van oma’s piepers heb ik nooit geleerd. En ik heb ze nergens ooit zo lekker gegeten als zondags bij haar. Wat zou ik die graag nog eens willen proeven.

Nieuwe ontdekkingen

Toen ik op mezelf ging wonen in Amsterdam liet ik de piepers en de plakrijst thuis. Naast de betaalbare warme maaltijden in de mensa van de universiteit, ontdekte ik als student ovenschotels, eenpansgerechten, maaltijdsoepen en pasta salades. Aan Indisch koken waagde ik mij niet, veel te veel werk. Als ik er echt trek in had, sprong ik op mijn fiets naar toko Joyce op de Nieuw Markt. En aardappelen waren inmiddels uit de mode geraakt: koolhydraat bommen bleken het te zijn! Een aanslag op je figuur. De zoete aardappel daarentegen bleek een super food en werd een echte hype. En toegegeven, ook ik ben gezwicht. Of ze nu echt gezonder zijn? Tja, Google heeft het antwoord.

Food
Foto: Juliska van Rossum

Inmiddels woon ik op Bonaire en ben ik vegetariër. Het was een flinke reality check toen ik vanuit Amsterdam hierheen verhuisde. Op dit eiland zijn we afhankelijk van de import. De AH vrachtwagen staat dus niet dagelijks de winkel bij te vullen. Groenten en fruit komen eens per week. Het is niet alleen heel erg duur (een paar dollar voor een komkommer), van matige kwaliteit (voorheen inspecteerde ik nog op ‘plekjes’, maar dat is zinloos), voor je het weet is het uitverkocht en ben je aangewezen op blik- en diepvries producten. Ach, het went. Met enige creativiteit maak ik lekkere gerechten van Ottolenghi, bereid ik linzen op z’n Indiaas of Braziliaanse zwarte bonen. En soms doe ik een poging een Indische twist te geven aan de tofu. Al smaakt het nooit als thuis.

FODMAP aka Blije darmen

Sinds vandaag heb ik dat alles overboord gegooid.  Ik ben begonnen met het FODMAP-dieet. Niet om af te vallen, maar om er achter te komen welke voedingsstoffen mogelijk mijn darmen irriteren. Het was een lange strijd tussen m’n mond en mijn buik, maar voor nu ligt mijn prioriteit bij blije darmen. Tijdens de eerste weken, de eliminatie fase, zijn er bijzonder weinig opties. En al helemaal als je vegetariër bent (peulvruchten zijn uit den boze, net als verschillende soorten groenten en fruit) én op Bonaire woont. Leuk, zuurdesem spelt brood, maar dat kent onze bakker niet. Optie twee, glutenvrij, evenmin.

Bananen mag je wel eten, als ze niet te rijp zijn. Tja, dat betekent hier hooguit drie keer per week een geschikte banaan. Als de bananenboot al aankomt. Ik wil gewoon lekker zelf bepalen wat ik eet. Maar inmiddels weet ik dat gezond niet automatisch ook ‘geschikt’ is. Zelfs als ik ergens enorm trek in heb, zoals spruitjes die laatst opeens verkrijgbaar waren, kan dat naderhand pijnlijke consequenties hebben. Overigens voor iedereen zonder buikklachten: de in de oven gebakken spruitjes met feta, granaatappelpitjes (uit de vriezer) en walnoten zijn echt een aanrader! (zie foto)

Oude bondgenoten

Voorlopig zet ik daarom de weerstand in mijn hoofd op silence en de wensen van mijn mond op on hold, en volg ik trouw de adviezen die de diëtiste mij gaf. Een recepten boek, verschillende uitgewerkte weekmenu’s, en het naslagwerk ‘de FODMAP checklijst’. Bij alles even kijken of het in deze fase toegestaan is, of op de verboden lijst staat, en hoeveel gram je er precies van mag. Er zijn maar weinig dingen die je (‘in principe’) zonder te wegen mag eten. Maar ze zijn er, wat een zegen!

Helemaal boven aan die lijst staan ze in volle glorie te pronken: de good old-fashioned aardappelen. Dankzij hun lage FODMAP waarde in ere hersteld! (De zoete aardappel daarentegen is voorlopig persona non grata verklaard.) En wat verderop verscheen de volgende redder in de ga-veilig-je-gang-lijst: rijst. In alle soorten en maten, van rijstebloem tot rijststroop, rijstwafels en pasta gemaakt van rijst. Maar natuurlijk ook gewoon gekookte rijst. Plakrijst, voor mij. Met de piepers en plakrijst als mijn bondgenoten sla ik me er de komende weken wel doorheen. Eigenlijk ga ik gewoon terug naar de basics van mijn Hollandse en Indische roots.

Kun jij wel een cursusje piepers en plakrijst gebruiken? Je kunt terecht voor een supercursus bij de Kookuniversiteit!

Over dit Wereldwijf: Juliska van Rossum - Bonaire

Bondia, ik ben Juliska! Sinds 2019 wonen mijn Braziliaanse man en ik op het zonnige Bonaire. Hier zet ik mij in voor het verbeteren van het onderwijs en geef ik mindfulness trainingen. Ik word blij van nieuwe ontdekkingen, avontuur en een happy & healthy lifestyle. Daarover schrijf ik graag als Wereldwijf.