Land in de kijker! In vijf woorden…. Let’s go Singapore!

Karien van Ditzhuijzen

In deze serie nemen wereldwijven je mee naar hun thuisland. Deze week Singapore. Land? Stad? Wereldwijf Karien kent de plek op haar duimpje: “Na zeven jaar Singapore waren we toe aan wat nieuws en ik vertrok met mijn gezin naar elders. Maar het gras bleek daar toch niet groener, en nu, vier jaar later, zijn we weer terug in deze heerlijk diverse Aziatische stad. Iemand zei me laatst dat Singapore hen een saaie plek leek om te wonen. Ze waren er ooit geweest als tussenstop op een Azië-reis en vonden Singapore maar steriel, niet het ‘echte’ Azië. Als ik zoiets hoor dan schud ik altijd mijn hoofd. Een paar dagen zijn niet genoeg om deze fascinerende stad, deze smeltkroes van culturen, te leren kennen.

Singapore heeft vele lagen, van het glimmende zakencentrum in glas en staal tot de oude wijkjes in de stad, de vele mooie parken en de heartlands, de buitenwijken waar de ‘gewone’ mensen wonen, en waar je echt wel weet dat je in Azië bent. Er is hier genoeg te beleven. Eigenlijk niet in vijf woorden samen te vatten, maar hé, let’s go!

Singapore = Eten 

Die smeltkroes aan culturen heeft Singapore een geweldige lokale keuken opgeleverd, die het woord fusion waarmaakte lang voordat dat een hip fenomeen werd. Ingeklemd tussen Maleisië en Indonesië, en met een overwegend etnisch Chinese bevolking, is de Singaporese keuken vooral Aziatisch, maar er zijn vele invloeden van verder weg te vinden. Van geurige en goedkope streetfood tot fine dining, je kunt hier alles vinden. Zelf ben ik gek op de ‘hawker centres‘, waar de straatverkopers van vroeger in nette, moderne stalletjes hun waren verkopen.

Een favoriet is ‘Singapore laksa’, een heerlijk fusion gerecht waaraan de Chinezen hun noodles gaven, en de Maleiers de geurige kokossoep. Uiteraard kan een flinke schep sambal belachan, oftewel sambal met gefermenteerde garnalenpasta hierop niet ontbreken, want pittig hoort er echt bij hier. Heb je liever Indiase fusion? Probeer de ‘fish head curry’! Het is wellicht even wennen, want het is echt wat de naam belooft, maar de smaak is onovertroffen. Zelf ben ik gek op ’thosai’, een hartige pannenkoek van beslag van gefermenteerde linzen en rijst, geserveerd met curry en pittige chutneys. Dit lekkers is naar Singapore gebracht door immigranten uit Zuid-India.

‘Nasi lemak’, ‘roti prata’, chili crab, zoete ‘kueh’, ‘yong tau fu’, het water loopt me in de mond als ik denk aan al het lekkers wat je hier overal snel en makkelijk kunt krijgen. Heb je liever de perfecte taco, pizza of burger? Geen probleem, “also can” zoals ze hier zeggen. En als je de deur niet uit wilt dan staat de bezorger snel voor je deur met je bestelling. 

Shoppen 

Wat is naast eten, een andere favoriet van de Singaporean? Shoppen! De stadstaat is bekend om zijn mall’s waar men de hitte van de stad kan ontsnappen in de ijzige winkels. Mijn tienerdochters waren uitgelaten toen ons nieuwe huis op twee bushaltes van Vivo City bleek te liggen, één van de populairste winkelcentra (Lululemon! Sephora! Zara!). Zelf vind ik de malls te fris, maar qua shoppen is er hier voor elk wat wils.

Graag rijd ik de stad uit naar één van de prachtige tuincentra, of de ‘pottery jungle’ waar je uren kunt dwalen tussen potten en beelden, nieuw of antiek, goedkoop of duur, het is onmogelijk hier niet te slagen. Arab Street is een ouderwets gezellige winkelstraat. Al sinds de oprichting van de stadsstaat in de negentiende eeuw is dit de plek waar alles verhandeld werd: textiel, fournituren, edelstenen, tapijten, batik, goud, parfums. Nog steeds kun je hier, tussen de souvenirwinkels, authentieke winketjes vinden die al generaties door dezelfde familie worden gerund. 

Little India is ook een heerlijke plek om te slenteren, vooral tijdens één van de vele Indiase feestdagen wanneer de hele wijk omgetoverd wordt in een kleurige bazaar vol snuisterijen. Nu het Chinees Nieuw Jaar in aantocht is is Chinatown uiteraard de plek om versieringen in te slaan, het jaar van de draak komt eraan, dus dit wordt mijn jaar. 

Jungle in Singapore?

Urban Jungle? Concrete Jungle? Nee, het zal sommige mensen verbazen, maar Singapore is één van de groenste steden die je ooit zult zien. Al meteen na de onafhankelijkheid in de jaren zestig werd de slogan ‘City in a Garden’ bedacht. De stad is niet alleen propvol parken en natuurreservaten, overal is aan groen gedacht. Niet alleen op elke hoek van de straat is er overdadig aangeplant, ook langs straten en zelfs snelwegen is het prachtig tropisch groen.

Zelf hebben we het geluk te wonen in een natuurreservaat, en ik kijk met veel genoegen elke dag naar de eekhoorns, kleurige en lawaaiige zangvogels, wilde hanen, en ander gespuis dat onze tuin bezoekt. Ja, de apen en slangen zijn soms even wennen, net als die kikkers in de douche, maar je moet er wat voor overhebben zo mooi groen te wonen. 

De Botanische tuinen zijn één van de mooiste ter wereld en een bezoek aan Singapore is zeker niet compleet zonder hier een paar uur te flaneren. En anders is er nog het ‘Central Catchment Nature Reserve‘, een gebied met een eeuwenoud primair regenwoud. 

Regeltjes

Singapore is a fine city’ – een minder officiële slogan, maar daarom niet minder waar. In een stadstaat met vijfeneenhalf miljoen inwoners op een oppervlak van ruwweg de helft van de provincie Utrecht heb je wel strenge omgangsregels nodig om het leefbaar te houden. En als je je daar niet aan houdt, dan kun je een fine, of boete, krijgen.  

Er is hier inderdaad geen kauwgom te koop, alhoewel het ook weer niet helemaal verboden is. Je mag één enkel pakje voor eigen gebruik gewoon importeren. Oh en een ‘doerian’, de koning van de vruchten, mag je niet meenemen in het openbaar vervoer vanwege de penetrante geur. Mijn man smokkelde er één een keer mee uit Maleisië in zijn golftas. De hele bus keek snuivend en afkeurend om zich heen, maar niemand verdacht die witte man in petje en sportoutfit en zijn grote tas met golfclubs. 

Yup. Singapore is…. duur!

En dan het laatste waar de stad om bekend staat: Singapore is een heel dure stad. Ook hier is het een kwestie van perspectief. Het leven van een expat is inderdaad duur, en ik zou hier wonen dan ook alleen aanbevelen met een navenant salaris, zeker als je schoolgaande kinderen hebt. De huren in de private sector liggen torenhoog, de prijzen van internationale scholen nog hoger. En een lokale openbare school kom je als buitenlander niet zomaar in. En lukt het wel? Dan zul je als je een beetje mee wilt komen met de locals flink in de buidel moeten tasten voor bijlessen. Wil je een auto, dan moet je alleen al zo’n 100.000 dollar (70.000 euro) neertellen voor de vergunning om die auto te mogen kopen. Kaas? Die moet je hier niet te veel willen eten, want dat is niet te betalen. 

Aan de andere kant heeft Singapore een uitstekend netwerk aan bussen en metro’s, waar je voor een habbekrats efficiënt het eiland mee doorreist. Taxis zijn ook heel betaalbaar, en worden ook veelvuldig gebruikt. Die auto heb je dus eigenlijk niet echt nodig… De kaas mag dan duur zijn, maar garnalen en verse vis kosten hier een fractie van de prijs in Nederland. En dan heb ik het nog niet over de mango’s, papaja’s en ander tropisch fruit dat op de markt goed te betalen is. Mijn favoriete lunch van ’thosai’ met curry? Die kost me zo’n twee euro bij een food centre. Daar koop je in Nederland nog geen frietje voor. 

Ultieme tip van onze inside-guide

Kortom, Singapore is een dynamische, veelzijdige stad die een bezoek meer dan waard is. Op doorreis, of gewoon op zichzelf. Mijn tip aan bezoekers die iets bijzonders willen proberen is simpel: Kies een willekeurige bus of metrolijn, blijf zitten tot je het eindpunt bereikt en stap daar uit, liefst zo ver van het centrum als mogelijk. Vraag een voorbijganger naar het dichtstbijzijnde foodcourt. Daar aangekomen, ga je eten waar de langste rij mensen staat te wachten. En vergeet niet een kletspraatje te maken met de Auntie of Uncle in het stalletje over waarom hun eten het beste is in de stad. 

Selamat pagi, ik ben Karien, geboren en getogen expat. Ik ben schrijfster, en mijn laatste roman "The Black and White House" speelt zich af in ons koloniale huis in Singapore. Voor de Wereldwijven schrijf ik over Zuid Oost Azië, met name Maleisië, Singapore en Indonesië - drie landen waar ik niet alleen heb gewoond, maar ook mijn hart aan heb verpand.