Wereldreis in 80 dagen (3) – Nog één week te gaan
In een serie blogs schrijft wereldwijf Esther over haar reisavontuur met haar partner: een wereldreis in 80 dagen à la Jules Vernes maar dan in moderne tijden. Een cadeau dat ze zichzelf doen omdat de één onlangs vijftig is geworden en de ander richting de zestig kruipt. Een beloning aan henzelf voor deze twee heuglijke data, plus het feit dat – in Esthers woorden – “we het toch al zolang op de aarde hebben volgehouden”.
Zaterdag over één week begint onze wereldreis en worden we wakker in Stockholm, in een hotel achter de douane. Dan begint het wachten. Als eerste op onze vlucht naar Zwitserland, waar we moeten overstappen om vervolgens naar Singapore te vliegen.
Op wereldreis! Electronica-keuzes
Mijn laptop blijft thuis. We reizen alleen met handbagage, dus moeten we zuinig zijn met inpakken.
Voor een schrijver is dat een grote beslissing, want ik wil altijd kunnen schrijven. Als ik daarvoor niets bij me heb, word ik zenuwachtig.
Ik voel me op een bepaalde manier naakt, want je zult zien dat er juist op zo’n moment van alles in me opkomt wat ik dan nergens kwijt kan.
Al zou ik in dit tijdperk van smartphones natuurlijk via een überklein toetsenbordje in een überklein tekstbestandje kunnen gaan zitten priegelen. Om die hel niet te hoeven betreden, nemen we de I-pad mee en Thomas was zo lief om het toetsenbord van zijn Duitse apparaat in het Nederlands te veranderen, ook al levert hem dat een hoop gezoek op als hij iets in het Duits wil schrijven.
Prioriteiten en concessies
Zo dwingt een internationaal leven telkens weer af dat je concessies doet. Op allerlei vlakken, waaronder hoe vaak je familie en vrienden kunt zien. Even langsgaan is er niet meer bij. Toch heb ik na zestien jaar nog steeds dezelfde hechte vriendschappen als op de dag dat ik Nederland in mijn volgeladen autootje uitreed, in de november sneeuwstorm in 2008. Die relaties zijn echter wel veranderd, doordat we het grotendeels via de mail, of op de chat met elkaar moeten doen.
Als er iets met iemand is, kan ik niet zomaar langsgaan om te helpen. Zeker wanneer levens naar de uiterste fase verschuiven, is dat geen geringe zaak meer, maar wordt het een ingewikkelde hoofdzaak.
Ik ben blij dat in ieder geval Thomas’ ouders bij ons in Zweden om de hoek wonen, die het dankzij hun avontuurlijke instelling nog aandurfden om, terwijl ze beide in de zeventig zijn, te emigreren. En waarom ook niet? Grenzen zijn tenslotte maar verzinsels van de menselijke geest.
Heb je de voorgaande blogs van Esther gemist? Je leest ze hier terug: blog 1 en blog 2.








