Kinderwens taboe: Mom to be, or… not to be
Afgelopen week was ik jarig, 47 werd ik, en mijn schoonmoeder grapte “dat het nog steeds kan”. Er werd natuurlijk gedoeld op het krijgen van kinderen. Ik heb ze namelijk niet, heel bewust ook. En nog steeds blij met mijn keuze. Als meisje speelde ik wel met poppen en liep achter de kinderwagen. In de puberteit leefde nog het idee dat ik vast wel kinderen zou krijgen en toen ik al jong een vaste relatie kreeg, met 18 ging samenwonen en op mijn 22e een groot huis kocht, dacht mijn hele omgeving dat die koters er ook wel snel zouden komen.
Alleen bleven de rammelende eierstokken uit en zodoende ook de kinderwens.
Plichtsgetrouwe controlfreak
Toen mijn vriendinnen kinderen kregen, klonk er nog altijd geen orkest uit mijn onderbuik. Ik voelde het niet. Joh, ik vond het al lastig genoeg om beslissingen over mijn eigen leven te nemen. Laat staan dat ik ook nog ‘de leiding’ had over een mini-mens dat ik met een beetje fatsoenlijk zelfbeeld de wereld in moest begeleiden. Die verantwoording voelde als loodzwaar.
Ook het feit dat je leven door de komst van een kind compléét op de kop staat, zag ik helemaal niet zitten. Ik wilde zélf bepalen hoe mijn dag, week, vakantie en de rest van mijn leven eruit zou zien. Niet geleid te worden door de taken, verantwoordelijkheden en beperkingen die bij een kind horen. Want tja, al wilde ik het dan misschien niet, als het er dan toch van kwam, dan was daar natuurlijk wel – die mijzelf torenhoog opgelegde lat – dat het allemaal zo goed mogelijk moet. Aangenaam, ik ben Bonny, een plichtsgetrouwe controlfreak.


Achter-bonusmoeder
Afijn, mijn omgeving ontwikkelde zich ‘zoals het heurt’ en zo kwamen er van alle kanten kinderen in mijn leven. Ik mocht zelfs meermaals peettante worden en werd ‘achter-bonusmoeder’ van de kinderen van mijn beste vriendin. Die term bedachten ze overigens zelf: achter-bonusmoeder. En toegegeven, ik voelde me best een beetje trots, toen ze dat zeiden.
Wekelijks oppassen, logeerpartijtjes en zelfs een beetje meedraaien in de opvoeding: ik vond het allemaal leuk. Maar het was heel duidelijk, dit wil ik niet voor mezelf.
Regelmatig kwam natuurlijk toch die kinderwens-vraag en mijn negatieve antwoord leverde ook geijkte reacties op. Van “Wacht maar tot je ouder bent” tot “Dat gevoel komt vanzelf als je die wolk van een baby in je armen hebt”. Hoe ouder ik werd, hoe pregnanter de kinderwens-vraag in gesprekken naar voren kwam. Afhankelijk van hoe op mijn antwoord gereageerd werd, vroeg ik (ik geef toe, af en toe best een beetje bits) waarom men dan wel kinderen had. Vaak volgt dan wat gestamel en dat kinderen willen hebben en krijgen een keuze is, leken sommige mensen zich pas op dat moment te realiseren.
Uit mijn directe omgeving heb ik overigens nooit vervelende reacties gehad. Hoewel mijn ouders en veel vrienden wel denken dat er “een moeder aan mij verloren is gegaan”… Ze snapten het overigens wel heel goed waarom zich bij mij geen kinderwens manifesteerde.
Spijt
Naast de te grote verantwoordelijkheid en de behoefte aan vrijheid om mijn leven zelf in te vullen, was ik me ook erg bewust van het feit wat er allemaal mis kan gaan met een kind. Nu vind ik mezelf positief-realistisch en geloof er erg in dat je naar eer en geweten handelt met wat je op je bordje krijgt. Dus ook afwijkingen bij het kindje, een helse bevalling, een huilbaby of gewoon een lastige puber. Maar de eventuele spijt achteraf van je keuze om kinderen te krijgen hing als een donderwolk boven mijn hoofd.
De onontkoombaarheid van het besluit om kinderen te krijgen vond ik heel beklemmend. Het feit dat je er nooit meer vanaf kunt, sloot dus ook niet aan bij mijn behoefte aan vrijheid.
Het feit dat ik geen kinderen had, maakte de beslissing (en vrijheid) om naar Oostenrijk te emigreren eenvoudiger. Dat kan natuurlijk ook mét kinderen, maar had voor mij wel weer even een enorme dimensie toegevoegd aan een op zich best al spannend en indrukwekkend avontuur.

Toch vlinders?
Die bewuste kinderloosheid ben ik hier in Oostenrijk overigens nog niet tegengekomen. Een gezin stichten is hier heel vanzelfsprekend. Grappig genoeg wordt er op mijn antwoord niet oordelend gereageerd. Er wordt, heel Oostenrijks overigens, niet over doorgevraagd en mensen weten zich geen houding te geven. Waarschijnlijk met de gedachte dat het dan namelijk niet gelukt was.
Meestal maak ik er maar een grapje van dat mijn gezin compleet is met man, hond en kater. Al spelen we wel met de gedachte om aan gezinsuitbreiding te gaan doen: een 2e puppy! En laat ik nu van zo’n hondenbaby wel vlinders in mijn buik krijgen…








