Indianenverhalen – Verhalen met een ander perspectief

Rosanne Peuscher

In een dorp in het zuiden van Suriname woont een inheemse stam wiens leefgebied zich uitstrekt van Guyana en Suriname tot diep in de Braziliaanse amazone. De gemeenschap telt veel gerespecteerde ouderen. Als deze ouderen spreken, wordt er geluisterd. Als zij lopen, wordt er gevolgd. Vanmiddag zit één van hen tegenover mij op de poli. Via de tolk vertelt hij dat hij zich niet lekker voelt. Ik vraag waar hij precies last van heeft.

De vraag wordt kort herhaald, en dan begint de man te spreken. Mijn kennis van de lokale taal is beperkt, maar ik herken woorden: jaguarwaterrivier. Hij praat, en wij luisteren.

Wereld - Oerwoud Suriname
Credits foto & hoofdfoto jaguar: Rosanne Peuscher

Wijze taallessen

Na ongeveer vijftien minuten is hij uitgesproken. De man en ik kijken afwachtend naar de tolk. Ik verwacht een gedetailleerde vertaling van een even zo lange klachten-anamnese. De tolk kijkt me aan en zegt: “Hij voelt zich niet lekker. Hij voelt het in zijn lijf.” De tolk en de man kijken mij nu aan, zijn dokter. In de hoop dat het volkomen duidelijk is wat er aan de hand is en wat ik in dit geval te doen heb. Ik heb geen idee en vraag door. Stel open vragen. Vraag naar verdieping. Het antwoord blijft hetzelfde. Ik stap over naar gesloten vragen. “Heeft u pijn op de borst?” Er volgt opnieuw een verhaal van tien minuten. De tolk houdt het kort: “Nee.”

Ik baal dat ik deze inheemse taal niet spreek. En tegelijkertijd realiseer ik me iets wat veel ongemakkelijker is: zelfs als ik de taal volledig machtig was geweest, hadden we waarschijnlijk nog steeds niet dezelfde taal gesproken. De taal zoals ik hem heb leren kennen bevat geen klassieke – lees westerse- tijdsaanduiding en vaak is het mij onduidelijk wie het onderwerp van het verhaal is. Een verhaal uit deze taal vertalen doet het verhaal altijd tekort.

Indianenverhalen – wat leert taal ons werkelijk?

De term indianenverhalen stamt uit de koloniale tijd, waarin verhalen van inheemse volkeren door kolonisten en missionarissen werden naverteld, aangevuld en ingekleurd vanuit westerse kaders. Wat begon als een vertaling, eindigde vaak als een vertekening. De verhalen kregen het etiket overdreven, fantasierijk — indianenverhalen. Niet omdat de vertellers onbetrouwbaar waren, maar omdat hun manier van betekenis geven niet werd begrepen of erkend. En daarmee verloren veel verhalen hun echte betekenis en zo hun echte waarde. In een tijd waarin we ons koloniale verleden willen aankijken, hoort het dekolonialiseren van onze taal ook meegenomen te worden.

De vraag is:  hoe doen we recht aan verhalen die verteld worden vanuit een ander perspectief dan het onze?

Taal verbindt – mits je er onderdeel van uitmaakt

Mijn schoonvader en man hebben, behoudens West-Afrikaans, Indiaas en Joods bloed, ook inheems bloed door hun aderen stromen. En soms denk ik dat ook een deel van de inheemse manier van verhalen vertellen door hun aderen stroomt. Als zij met elkaar in gesprek gaan dan vertrekken ze vaak naar een, voor mij, andere wereld. Terwijl ik nog wacht op verheldering en conclusie kijken zij elkaar begripvol aan en wordt er druk geknikt en gelachen. Voor de onderliggende les en betekenis zijn mijn oren nog niet voldoende getraind.

Tijdens het gesprek met deze wijze man realiseer ik me wederom dat mijn eigen kader — arts, vrouw, westers opgeleid — hier tekortschiet. Het verhaal van deze man kent geen tijdsaanduiding, geen aanwijzingen over organen, geen symptoombeschrijvingen. Hij spreekt in mythische termen over dieren, water, aarde. Zijn verhaal zet mijn zorgvuldig aangeleerde anamnesevaardigheden buitenspel. En hoe kundig de tolk ook is, zijn verhaal verliest aan kracht en inhoud wanneer vertaald naar de Nederlandse taal.

De jaguar

In plaats van vragen als hoe langwaarwanneer“, moeten we eerst iets anders vinden: een gezamenlijke grond. Ik probeer het om te draaien. Niet: waar heeft u last van? Of Hoelang? Maar: wat zou u willen oplossen met elkaar? Zijn ogen beginnen te stralen. Dit is kennelijk een vraag waar hij iets mee kan. Het antwoord is korter dan eerder. Via de tolk begrijp ik: hij wil dat de jaguar hem ’s nachts niet meer bezoekt. 

We praten verder over de jaguar. Over hoe deze maakt dat hij slecht slaapt en over wanneer de jaguar op bezoek komt. Dat plat liggen dromen oproept, waardoor hij half overeind in zijn hangmat slaapt. Langzaam, door de tocht van de jaguar verder te ontrafelen, ontstaat er bij mij een beeld. Geen eenduidig verhaal, maar wel genoeg om richting te krijgen. Mijn lichamelijk onderzoek en bloedonderzoek vullen het beeld verder aan. Op basis van het totale beeld denk ik te weten wat er speelt. Ik schrijf medicijnen voor en leg uit wat hij hiervan kan verwachten. Na vijf kwartier staat hij buiten, met een zakje pillen onder zijn arm. Ik hoop uit de grond van mijn hart dat we elkaar hebben begrepen.

Leren luisteren in een andere taal en cultuur

Een maand later ben ik opnieuw in het dorp. Ik zit in spanning over het lot van de man. Teleurgesteld zie ik hem niet in de lange rij patiënten. Ook later die dag niet. Ik maak me zorgen.

’s Avonds loop ik van de polikliniek naar mijn huisje aan de andere kant van het dorp. Langs het voetbalveld zie ik hem plots staan, samen met andere mannen. Hij groet me en loopt op me af. Steekt zijn duim omhoog en mompelt iets naar de man naast hem. Deze kijkt me vervolgens aan, glimlacht en zegt tevreden: “Fijn hoor dokter, die pillen. De jaguar is teruggeroepen naar het bos.” En ze lopen weg, terug naar het voetbal.

Ik weet zeker dat ik het verhaal van de jaguar niet volledig begrepen heb. De complexiteit, onderliggende spiritualiteit en angsten. Maar misschien was dat nu ook niet nodig. Wat telt, is dat we elkaar ergens onderweg hebben ontmoet — tussen dromen en bloedwaarden, tussen rivier en lichaam. En dat de jaguar, al was het maar voor even, zijn plaats in het bos heeft teruggevonden.

Over dit Wereldwijf: Rosanne Peuscher

Hoi, ik ben Rosanne en arts internationale gezondheid. Mijn blogs gaan over mijn werk in o.a Suriname, India en Ethiopië. Sinds de COVID pandemie woon ik met man en kinderen weer in Nederland. Maar de wereld blijft trekken dus wie weet!