Mijn oermoeder Raden Aju Mandoyo Asmoro, prinses van Yogyakarta
Indonesië was vanaf de 17e eeuw tot en met 1949 een kolonie van Nederland. Wat ongeveer 350 jaar lang duurde. Het sultanaat van Yogyakarta stond dus ook onder Nederlands bewind en was in handen van de Nederlanders. Sultan Agung werd vereerd als een groot strijder tegen de Nederlandse koloniale invloed op Java. Toen hij overleed verwaterde de macht van het sultanaat en de VOC maakte hier handig gebruik van om hun grip te versterken. In 1755 verdeelden ze het Sultanaat Yogyakarta over twee rijken: Yogyakarta en Surakarta.
In Yogyakarta werd Hamengkubuwono I benoemd tot sultan. Ik stam af van zijn kleinzoon Hamengkubuwono III, de opa van mijn overgrootmoeder (en oma van mijn moeder): prinses van Yogyakarta.


Koloniaal bewind
In Indonesië bestaat er maar één adel en dat is de koninklijke. Nederland kent een hoge (het koningshuis) en een lage adel. De Sultan (koning), de Indonesische adel en de bevolking kwamen vaak in opstand tegen het Nederlands bewind. De Nederlanders wilden zoveel mogelijk macht in handen door onder andere druk uit te oefenen op traditionele machtsstructuren. Zo probeerden ze hun invloed te versterken en de traditionele Indonesische cultuur te doen verzwakken.
In die tijd was er ook sprake van het ontnemen van Indonesische adellijke titels, of die in elk geval minder belangrijk te maken om meer grip te krijgen op de Indonesische adel en bevolking.
Strijd
Mijn overgrootmoeder is van rond het jaar 1870. Ze was getrouwd met mijn overgrootvader die ook van koninklijke afkomst was. Het was een gespannen tijd waarin het niet bepaald veilig was, of je nu van koninklijke bloede was of niet. Vrouwen konden bijvoorbeeld zomaar ingepikt worden door de Nederlanders en de Indonesische bevolking had amper rechten en amper te eten. Het onderwijs was gescheiden. Zo was de Hogere Burgerschool (HBS) alleen bedoeld voor hen die Europees bloed hadden. Als je Indonesiër was of gemengd bloed had, werd je niet voor vol aangezien en al helemaal niet zo behandeld. Je kon dus niet naar de HBS of gaan studeren.
Mijn overgrootmoeder heeft toen echt een strijd moeten leveren om haar koninklijke titel van prinses te kunnen behouden, om die door te kunnen geven aan mijn opa en alle generaties daarna. Dankzij haar hebben wij tot op de dag van vandaag nog steeds de titels van prins en prinses. Door haar standvastigheid zijn wij de titels niet verloren en kunnen we deze blijven doorgeven.

Kunstenaar
Mijn opa werd geboren in het jaar 1890. Door de standvastigheid van zijn moeder heeft hij uiteindelijk aan de HBS kunnen studeren en later aan de Kunstacademie. Hij is kunstenaar geworden en later ook dalang. Een dalang is een Indonesische wayang poppenspeler. Wayang kulit is een schimmenspel met handgesneden en beschilderde leren poppen. Die worden tussen een lichtbron en een doek gehouden en zo krijg je de schimmen.
De dalang vertelt de verhalen met voor elke pop een eigen stem, geeft leiding aan het gamelanorkest en is de belangrijkste en centrale persoon die de voorstelling tot leven brengt. Om dalang te kunnen worden, moet je eerst een traditionele lange training volgen. In die tijd betekende dat dus onder de radar en in het geheim, want veel tradities en traditionele opleidingen waren verboden. Mijn opa schilderde ook de prachtigste olieverfschilderijen.
Voorbeeld
Mijn overgrootmoeder woonde in het gebied van het paleis, de kraton in Yogyakarta. Waar voorheen de woonvertrekken waren, staat nu een restaurant: Bale Raos. Dat restaurant is gebouwd met als cultureel doel het lievelingseten van de sultans te serveren. En werkelijk dat hele menu is nu ook mijn lievelingseten. Om het restaurant heen zijn nog steeds de vertrekken en gangen zoals dat vroeger was. Ik heb daar vele malen gelopen en telkens weer voelde ik een stukje thuis.
Wandelend door de gangen van de gebouwen waar zij heeft geleefd, voelde ik me zo op mijn gemak. Het voelde alsof ze met mij meeliep. Een serene rust. Meteen werd mijn ademhaling rustig, mijn schouders ontspanden. Mijn hart vulde zich met liefde en vreugde. Op deze plek hoorde ik ook thuis. Zonder haar was ik hier niet.
Raden Aju Mandoyo Asmoro: mijn oermoeder, mijn voormoeder, mijn overgrootmoeder. Dankbaarheid omringde mij. Ik ben haar zo dankbaar voor haar standvastigheid voor de strijd die zij heeft geleverd voor ons die na haar kwamen. Ik bewonder haar om haar kracht en ik voelde dat op die plek.
Zij is een voorbeeld voor ons allen. Een voorbeeld dat je moet vasthouden aan wat je wilt als het het goede is en niet per se alleen voor jezelf. Een voorbeeld dat we niet alleen voor onszelf leven, maar ook voor die na ons komen. Dat we een voorbeeld zijn, dat we voorleven en dat wat wij doen wat uitmaakt en een bepalende rol kan hebben in de toekomst. Waar ik nu ben, heb ik aan mijn voorouders te danken, zij hebben de eerste stappen gezet voor mijn toekomst voor mijn vrijheid.
Prinsen en prinses
Jaren geleden waren mijn ouders naar het sultanaat van Yogyakarta gegaan om voor mij en mijn broer onze officiële titels te regelen en bij onze Javaanse stamboom te laten schrijven. Iedereen op die hele stamboom vanaf het begin heeft 1 of 2 namen. Ik kreeg echter drie namen en samen met mijn Europese namen erbij maakte dat tot 5 voornamen. Dus ik heet nu Esmeralda Amelia Warih Kusuma Asmara en dan nog mijn lange achternaam erachter. Ook kreeg ik de titel Raden (raa-dèn) voor mijn naam. Wat gelijk staat aan prinses.
In 2022 had ik samen met mijn zonen voor hen de titels geregeld. Het is niet zo makkelijk te regelen. Het is een proces dat langs de Sultan moet met alle bewijzen en alle documenten van de familie. Er werd een koninklijke akte uitgegeven met een goudkleurig reliëfstempel met het wapen van het sultanaat van Yogyakarta en de handtekening van de huidige Sultan.
Het is heel bijzonder dat de familiegeschiedenis nog zo levend is en blijft. Mijn zonen hebben geen Javaanse namen, maar mochten ze dat alsnog willen, dan zou dat kunnen. Ze hebben wel de titels Raden (raa-dèn) dat in hun geval prins betekent.
Liefde
Het bijzondere is dat ik ben vernoemd naar mijn overgrootmoeder, Asmara. Het kiezen van namen gebeurde niet zo maar. Er werd gekeken naar de stand van de sterren of die wel gunstig stonden voor een naam ritueel, welke dag het beste was en er werd gebeden voor zegen. Dat heeft allemaal te maken met het eeuwenoude Javaanse geloof.
Asmara betekent liefde. Het kan niet mooier. Het is door de liefde van mijn overgrootmoeder dat wij hier nu zijn en mogen en kunnen leven in vrijheid. Dat we nog een levendige rijke geschiedenis hebben die we door kunnen geven. Het is de liefde van waar we komen. Het is de bron van al ons leven.
Zeker ook heel bijzonder om te lezen zijn het liefdesverhaal van de betovergrootouders van Amelia en het blog dat ze over haar eigen naam – Amelia Asmara – eerder dit jaar schreef.








